H1 | H2 | H3 | H4 | H5 | H6 | H7 | H8 | H9 | H10
 
Home
Contact
De Makers
Bronvermelding
Onderhoudsplan
Hoe & waarom
Copyright
 
 
Handleiding
Quiz
Examens
Extra's
Proeven
 
 
Handleiding
VMBO eisen
 
 
Periodiek systeem
Kladblokje
Oplosbaarheid
Links
Sitemap
 
 
  
 

ThinkQuest Chemie in 11 > Hoofdstuk 3 > Informatie

In de natuur veranderen stoffen voortdurend. Ook de mens probeert al eeuwen lang stoffen te veranderen.
De meeste stoffen die we hebben en gebruiken worden gemaakt door de chemische industrie. Voorbeelden zijn:
- Kleding
- Cosmetica
- Reuk, Smaak en kleurstoffen
De stoffen worden gemaakt door het veranderen van stoffen die uit de natuur worden gehaald.


Door reacties tussen stoffen ontstaan weer nieuwe stoffen. En na afloop zijn de oorspronkelijke stoffen verdwenen. De stoffen waarmee je begon noemen we beginstoffen, de stoffen na de reactie noemen we reactieproducten.

Dus bij chemische reacties worden beginstoffen omgezet in andere stoffen. De nieuwe stoffen (reactieproducten) hebben andere eigenschappen (geur, kleur, fase, smeltpunt, kookpunt ect) dan de beginstoffen. Ook de moleculen zijn veranderd.

Het herkennen van chemische reacties is nog best lastig. Vaak kun je niet goed zien welke stoffen verdwijnen of ontstaan, maar:
Als minstens een stof verdwijnt of ontstaan dan is het een chemische reactie.

Soms lijkt het alsof er een chemische reactie optreedt terwijl dat niet zo is. Je kunt dit controleren door te proberen de oorspronkelijke stof terug te krijgen. Als dit gemakkelijk gaat was het geen chemische reactie.
Bij bijvoorbeeld het smelten van kaarsvet lijkt het alsof er een chemische reactie optreedt omdat de stof van fase verandert, maar als de stof weer afkoelt is de oorspronkelijke stof weer terug, dus het is geen chemische reactie.

De volgende processen zijn wel chemische reacties:

Bakken, koken (="gaar maken") en braden in de voedselbereiding.
Verkleuren onder invloed van licht.
Rotten, bederven, composteren.
Permanenten en bleken van haar en veel haarverfmethodes.
Toepassen van bestrijdingsmiddelen en ontsmetten.
Hard worden van cement.
Roesten, corrosie.

Vooral het begrip "koken" geeft vaak verwarring. Als water kookt, dan verandert de stof water niet, want na afkoelen heb je weer gewoon water. Bij het koken van groente en aardappelen verandert de stof wel degelijk. Na enige tijd is de groente "gaar" geworden.
Let ook op met de term "oplossen". Als suiker oplost in water, dan verandert de stof niet, maar wordt alleen fijner verdeeld. Bij sommige reacties lijkt het alsof de stof oplost, maar in werkelijkheid verandert daar een stof. Bijvoorbeeld het werken met ontkalkingsmiddelen: De niet in water oplosbare kalk wordt hier door een zuur omgezet in een gas en een stof die wel op kan lossen in water.
Het reactieschema:
Om het reactieschema beter te kunnen begrijpen halen we er wat voorbeeldjes bij zoals deze, de verbranding van magnesium:



Magnesium (vast) + Zuurstof (gas) -> Magnesiumoxide (vast)

Hieruit kunnen we aflezen dat de vaste stof magnesium reageert met het gas zuurstof uit de lucht tot de vaste stof magnesiumoxide. Die stof wordt bijvoorbeeld bij de gym gebruikt (wit poeder, tegen klamme handen).

Als je de namen van de stoffen niet kent mag je het ook zo doen:
Zilverkleurige stof (vast) + lucht (gas) -> Witte stof (vast)

De beginstoffen komen dus voorop, dan de reactie pijl, en vervolgens de reactieproducten en achter alle stoffen komen de fase te staan. (vast, vloeibaar, gas of opgelost)

Dus bij een chemische reactie worden stoffen omgezet in andere stoffen. Dit kan op verschillende manieren gebeuren.
Soms reageren er 2 stoffen met elkaar zoals in het voorbeeld, maar je kunt ook maar 1 beginstof hebben. Als hierbij minstens 2 reactieproducten ontstaan, dan spreken we van een ontleding.
Er zijn 3 manieren om stoffen te ontleden:
Thermolyse
Elektrolyse
Fotolyse

Thermolyse:
Bij thermolyse ontleden we stoffen door deze te verhitten. (thermos betekent warmte, en lyse ontleding)

Als voorbeeld het reactieschema van de thermolyse van suiker, dit wordt in de praktijk gebruikt om karamel te maken. Als je verder verhit krijg je:
Suiker (vast) -> zwarte stof (vast) + Brandbare walm (gas) + water (vloeistof)

Elektrolyse:
Bij elektrolyse ontleden we door middel van elektrische stroom.


Als we bijvoorbeeld koperchloride ontleden krijgen we het volgende reactieschema:
Koperchloride (opgelost) -> koper (vast) + chloor (gas)

Fotolyse:
Bij fotolyse ontleden we door midden van licht.
Een voorbeeld hiervan zie we ook in het dagelijks leven, een krant die je heel lang in de zon legt wordt geel door fotolyse. Ook het fotografieproces is een voorbeeld van fotolyse. Hierbij ontleedt bijvoorbeeld zilverchloride in de stoffen zilver en chloor.
reactieschema:
zilverchloride (vast) -> zilver (vast) + chloor (gas)

Voor het ontleden van stoffen is energie nodig.

Er zijn veel zuivere stoffen, en bijna al deze zuivere stoffen kun je ontleden. Maar er zijn ook stoffen die niet te ontleden zijn, deze stoffen noemen we dan ook niet-ontleedbare stoffen.
Voorbeelden van deze niet-ontleedbare stoffen zijn: aluminium, ijzer, goud, natrium, cadmium, koper, lood, tin, nikkel, zilver, zink (dit waren allemaal metalen) koolstof, chloor, jood, zwavel, helium, stikstof, fluor, fosfor, waterstof en zuurstof.

Verbindingen

Magnesium en zuurstof zijn niet-ontleedbare stoffen. Als je deze twee stoffen samen laat reageren door midden van verbranding, ontstaat er magnesiumoxide, de twee stoffen hebben dus samen een verbinding gevormd.
Nog een voorbeeldje: Zwaveloxide is een verbinding van zwavel en zuurstof.
Atomen en moleculen

Toch vreemd dat sommige stoffen wel kunnen ontleden en andere niet. Vroeger werd er ook veel over nagedacht.
In de 19e eeuw bedacht Dalton dat moleculen opgebouwd zijn uit nog veel kleinere deeltjes, die hij atomen noemde. (atoom betekent ondeelbaar) Volgens zijn theorie zijn de atomen onvernietigbaar en onontleedbaar.
Er zijn ongeveer 100 verschillende atoomsoorten die we elementen noemen.

Een niet-ontleedbare stof bestaat dus uit 1 atoomsoort. De stof ijzer bestaat dus alleen uit ijzeratomen.

Er bestaan moleculen met diverse atomen van dezelfde soort, maar de meeste moleculen zijn opgebouwd uit meer dan een soort atomen. Een stof die je kunt ontleden heeft moleculen, en die bestaan dus uit meerdere atomen aan elkaar.
Dus de stof water bestaat uit watermoleculen, die moleculen bestaan uit waterstof en zuurstof atomen. Dus water is ontleedbaar want het is een verbinding.

We kunnen net doen of de bolletjes op de tekening atomen zijn om het beter te begrijpen.
Het komt er dan zo uit te zien:


Hier stelt het bovenste plaatje een verbinding voor. Het onderste plaatje stelt allemaal losse atomen voor.

Moleculen bestaan niet altijd uit 2 atomen, soms zijn het er wel veeeeel meer. Soms wel honderden. Denk bijvoorbeeld aan DNA

Als je een stof hebt ontleed kun je de reactieproducten soms ook weer ontleden, bijvoorbeeld bij het ontleden van suiker door midden van thermolyse. We hebben gezien dat er dan onderandere water ontstaat. En water kunnen we weer ontleden in waterstof en zuurstof.

Let op: er is een groot verschil tussen scheiden en ontleden!! Op de volgende afbeelding is ontleden te zien. Bij scheiden sorteer je de moleculen en bij ontleden maak je ze kapot.


Naar boven

 

 
 

 

 

 
 
 
 



Engelse versie